Categorieën
proza

Wat we niet zagen: Meneertje Zonderstok (4+)

Meneertje Zonderstok (4+)
Rudolphi Producties
regie Eva Line de Boer
van en met Jurriën Remkes, Frieda Pittoors, Leòn Ali Çifteci
vormgeving Juul Dekker
muziek van Spinvis

*****

‘Meneertje Zonderstok, maar met een sok, maar wat heeft hij daaraan, als iedereen vraagt: ‘t heb je met je stok gedaan? NOU?’ Zingt Spinvis, zichzelf begeleidend met een simpel klokkenspel. In een decor dat bijna uit de zaal barst van veelheid aan kleurrijke spullen, staat Rutger Remkes. Verrassing: hij speelt de ouwe vent. Frieda Pittoors en Leòn Ali Çifteci spelen alle (klein)kinderen, de verzorgers en een keur aan weirde personages. Pittoors speelt bovendien de labrador van drie appartementen verderop. En Çifteci een varen die elke alinea eindigt met: ’Aldus uw varen, van toen wij nog populair waren.’ En zo zijn er nog tal van geestige vondsten.

Ouderdom, verval, gemis en rouw voor vier plus, ga er maar aan staan. Tegelijkertijd zal het iets zijn dat veel ouders bezighoudt. Wat zeg je als opa of oma overlijdt? Hoe leg je uit dat soms ruim een jaar na dato de dood van die ene ome Maarten nog steeds door je hoofd spookt? Dat die soms een beetje knorrige opa met knalrode trui en smoezelige baard nog steeds bromt als ie iets ziet gebeuren. 

De Boer en haar makers zijn te prijzen voor de heldere metaforen die ze hebben gevonden. Meneertje Zonderstok is zijn stok kwijt, maar loopt nog steeds alsof hij die zou hebben. Iedereen die hij tegenkomt mag het weten: kijk, daar zat-ie ooit. Praktisch gevolg is dat hij in alle acts en liedjes net uit evenwicht raakt, wat resulteert in een tragische slapstick waarin Remkes heerlijk kan schmieren. Daarbij komt dat hij ook zijn bril kwijt is. Of zoals hij monter tegen dikke kater Betsy zegt: ‘Ik kan nog wel zien, het is alleen wat minder smeuïg. Alles is een beetje dezelfde slappe ragout geworden.’ Over het gemis van de stok heeft hij weer een andere opbeurende gedachte: ‘Lopen is in principe ook al vallen.’ 

Als een gouddraadje in de hilarische kous van een voorstelling, is er een klein verhaaltje. Meneertje Zonderstok had ooit wel een wandelstok, maar die raakte hij onverwachts kwijt op een feestje. Daarna viel hij en verloor hij ook zijn bril. Vervolgens kwam er een bak kafkaeske bureaucratie (‘Wij zijn de schuine streepjes, dus als wij er zijn dan weet je nog eigenlijk helemaal niks.’). Dat wordt allemaal prachtig uitgebeeld, maar je vraagt je ook af: waarom dat eendimensionale antagonisme? Misschien is dat de bedoeling van de makers: de ietwat nihilistische gedachte dat het leven nu eenmaal oneerlijk is en onvoorspelbaar. Dat is althans het gevoel dat mij bekruipt als ik de hele voorstelling overdenk. 

Aan het einde gaat Meneertje in gesprek met de geestverschijningen van zijn stok en bril. Pittoors en Çifteci hebben elkaar hier helemaal gevonden in een act van acht minuten die er op neer komt dat ze niet heel hard ‘BOE’ willen roepen, maar ‘HOE’. ‘Als een uil, niet als een koe. Een uil heb net een beetje meer die je-ne-sais-quoi wijsheid.’ Als een Statler en Waldorf genieten ze er maar al te zeer van. Ze moedigen zelfs het publiek aan om heel hard mee te roepen voor extra schrikeffect. Drie, twee, één:‘HOE!’ Meneertje Zonderstok schrikt dan zo erg dat hij zijn ogen openspert en zijn rug in één keer helemaal recht wordt gekraakt. Dan zakt het doek.