Nu uit: Door Oost

Door Oost is de derde bundeling met verhalen over Amsterdam Oost. Ik schreef er een kort verhaal voor, over een man die portier wordt in de nieuwbouwwijk die op dit moment bij het Zeeburgereiland wordt gebouwd. Het boekje kun je hier kopen. Onderstaand een fragment uit mijn verhaal.

Niemand draagt een zwart pak. Zwart, dat doen mensen aan naar gala’s en begrafenissen. Een dominee draagt zwart. Je kunt het donkerste blauw dragen dat je maar kan vinden, maar nooit zwart. Zwart is hetzelfde als theedrinken met je pink omhoog. Je doet alsof je weet hoe het hoort, maar het laat alleen maar zien dat jij hier niet thuis hoort. Megan had dat tegen hem gezegd, de eerste keer dat ze elkaar hadden uitgekleed en hij een zwart pak droeg omdat zijn moeder vond dat het einde van vijf jaar MBO niet zonder chique kon. Het enige wat hij nog wist van die nacht is dit: zwart draag je niet. Maar nu loopt het tegen vijven en terwijl zijn beste vriend het ene na het andere zwarte pak aanreikt, zeurt Marinio’s onderrug dat ze wel klaar zijn met winkelen. Hij bekijkt zichzelf in de spiegel van het pashokje, maar hij heeft geen idee waar hij verder naar moet kijken. Na zijn afstuderen dacht hij nooit echt na over zijn kleren en hoe dingen hem staan. Nu gaat het dus niet zo snel. Laat staan dat hij er woorden voor heeft. Het enige wat hij ziet is de kleur: zwart.

Marinio wil net zo’n goede vriend voor Shaun zijn als Shaun nu voor hem is en als dat niet lukt wil hij in elk geval niet door de mand vallen. Dus houdt hij voor zich dat hij Shaun steeds voor niks heen en weer heeft laten lopen. Als hij dat nu, na drie winkels zegt dat hij geen zwart pak wil, vindt Shaun hem een eikel.

‘Mag ik kijken?’ vraagt Shaun.

‘Ja.’

Rats, het gordijntje gaat open. ‘Top. Niks meer aan doen.’

‘Nah…’

‘Kom op man,’ zucht Shaun. Hij heft zijn handen naar de hemel. ‘Ik bedoel: kom op man. Dit is toch prima. Het is een pak. Ik bedoel, je zit straks toch maar de hele tijd achter een balie, iedereen ziet eigenlijk alleen het jasje.’

‘En wat nou als ik even buiten wil roken? Dan sta ik daar full frontal standing,toch?’

‘Weet ik veel, je…’ Zuchtendtrekt Shaun het gordijn weer dicht en gaat weer terug naar de kledingrekken.

Marinio kleedt zich weer uit tot zijn ondergoed en sokken. Hij wil de pantalon weer in het haakje doen, maar dat blijkt een hanger met knijpers. Welke man denkt lang na je na over hoe zijn pantalon in een hangertje moet als-ie in zijn onderbroek staat? Hij knijpt de hanger ergens in de broekband.

‘Je kan stiekem binnen roken,’ zegt Shaun terwijl hij een ander pak aanreikt door de spleet tussen het gordijn en de triplexwand.

‘Nee man, ik ga niet stiekem binnen roken. Ik ben niet verslaafd.’

‘Je kan echt wel stiekem binnen roken. Als ze je betrappen dan zeg je gewoon: nee, was ik niet.’

‘Ja hoor…’

‘Ja! Was één van de bewoners die hier vlak voor de deur ging staan roken en ik wilde ze niet corrigeren want ik ben maar de portier.’

‘Nee man, dan ben ik fired.’

‘Kunnen ze niet. Kunnen ze niet. Dan sew je de hell out of them. Je hebt verzekering toch?’

‘Ze hebben toch ook camera’s?! Ze kunnen toch zien dat ik daar zit te smoken?!’

‘Als ze camera’s hebben, waar hebben ze dan een portier voor nodig? Ben je decent?’

‘Weet ik veel. Ja kijk maar.’

‘Serieus, waar hebben ze een portier voor nodig?’ Shaun ratst het gordijn open. Hij trekt zijn wenkbrauwen op met een blik van: goed toch, net zo goed als al die andere pakken die we hebben geprobeerd, zeg me niet dat je terug wil naar de vorige winkel.

Marinio wil zijn outfit een kans geven, maar het enige wat hij ziet is zwart. Hij wil dit pak niet, maar hij wil het ook niet uitleggen, dus hij praat door. ‘Is toch luxe?’ zegt hij terwijl hij doet alsof hij zichzelf bekijkt. ‘Is toch net als in een film. Dat je uit je taxi stapt, een beetje geld door de ruit gooit en dan je appartementengebouw binnenkomt en dan gewoon met een knikje “Night, Marinio.” kunt zeggen. Dan voel je je toch baas?’

‘Ja. Da’s luxe ja.’

Het valt stil. Marinio doet alsof hij zichzelf aarzelend bekijkt, alsof hij het serieus overweeg en ziet de irritatie groeien bij zijn vriend.

‘Volgens mij zit je alleen maar te dissen op wat ik uit deze rekjes pak. Terwijl: jij pakt niks uit de rekjes, hè. We lopen al de hele middag. Ik had ook andere dingen kunnen doen, hè. Als ik niet zo’n goede vriend was geweest, was ik andere dingen gaan doen. En wat sta ik nu te doen: dingen uit rekjes pakken zodat mijn vriend voor wie ik tijd heb gemaakt kan zeggen —’

‘Waar ben jij dan zo druk mee? TV kijken? Soepje maken?’

‘Het enige wat ik zeg is dat ik alles, echt alles… en niks is goed genoeg.’

‘Pak dan geen zwarte.’

‘Is dát het? Gaat het je alleen maar om het kleurtje?’

‘Alleen maar? Dat is alles, he. Jasje, broek. Dat is heel veel zwart.’

‘Waarom trek je het dan wel steeds aan?’

‘Ja, moet toch. Moet toch proberen?’

            ‘Ik dacht te strak op je lul of zo…’ Shaun loopt weg.

Marinio kleedt zich weer uit en bekijkt zijn lichaam in de spiegel. Zijn buikje hangt een beetje over het elastiek van zijn onderbroek heen. Zijn triceps zitten te ruim in het vlees. Zijn ruggengraat leunt inzijn heupen als een mop in een emmer.

Achter hem verschijnt een hand met een donkerblauw pak. ‘Deze, dan. Deze is niet zwart.’

De stof glijdt soepel over zijn Marinio’s armen. Hij ruikt de kruidige geur van nieuwe kleren. Kleren die je nog moet kopen. Die je niet al jaren hebt ennaar duizend keer Fleuril ruiken, maar nogde geur van een verse aankoop hebben. Een geur die zegt: ja, ik kon iets nieuws kopen.

Hij bekijkt zichzelf grijnzend in de spiegel. De aanblik van zijn lachende spiegelbeeld lijkt de pijn in zijn onderrug te verjagen. Het liefste zou Marinio nog de hele middag dit pak willen passen. Steeds weer die geur. Eindeloos opnieuw zich omdraaien en zijn fancy zelf zien.

‘Kan ik kijken?’

‘Ja.’

‘Alleen dingen aantrekken als je ze wat vindt, hè, man. Anders blijven we bezig.’

‘Ik denk dat ik bijna zeker weet dat ik deze wil.’

‘Echt?’

‘Ja.’

            ‘Ja man, jij bent het mannetje. Rich assmannetje ben jij.’