Nu uit: Schrijvers op de vloer

Schrijvers op de vloer is toneelschrijfproject van Theater Bellevue, De Nieuwe Oost en Nachtgasten. De eerste editie was met Elly Scheele, Maaike Bergstra en Lotte Lentes. Hun teksten zijn gebundeld en bij die uitgave verzorgde ik een inleiding over de wisselwerking tussen schrijvers en acteurs en hoe dat vroeger ging. Vroeger toen Judith Herzberg net begon met toneelschrijven. Het boekje kun je hier kopen, de inleiding kun je onderstaand lezen.

Begin jaren zeventig was er het Instituut voor Onderzoek naar Nederlands Theater. Onder andere dichteres Judith Herzberg schreef teksten op basis van improvisaties van acteursvoor dit instituut. Uitgangspunt was het werk van Jan Hanlo: een soort hardop denken. Het onderzoek resulteerde in Herzbergs eerste toneelwerk: Het is geen hond. Toen ze in 1981 voor Toneelgroep Baal aan Leedvermaak begon,werktenzij en Leonard Frank op dezelfde manier. Het net door Baal betrokken Frascati Theaterwerd een aantal maanden dichtgegooid, zodat Herzberg en de acteurs in alle rust konden werken. Tijdens mijn studie theaterwetenschap vertelde docent Steve Smith dat Shakespeare in zijn eigen tijd waarschijnlijk ‘eerste versies’ in premièreliet gaan. Door de hoge productiedruk kon hij niet anders. Gedurende de voorstellingsreeks en eventuele hernemingen werden de stukken steeds verder bijgeschaafdop basisvan voortschrijdend inzicht en de reacties van het publiek. Het is ook logisch: je eigen woorden in andermans mond geven een ander perspectief, nieuwe ideeën,en als het goed is ook een adrenalinekick om dat allemaal te verwerken.

U, de lezer van dit boekje, zal niet versteld staan van deze anekdotes. Gelukkig en terecht gelooft u niet in het romantische waanidee van de eenzame schrijver die op zijn zolderkamer pagina na pagina een meesterwerk neerpent, die stapel papier vervolgens met een zelfgenoegzame glimlach op het bureau van een regisseur neerlegt en zegt: ‘Het spreekt voor zichzelf’, om zich daarna te bezatten in een sociëteit. Nee, ingewijden zoals u weten dat schrijvers tijdens het schrijfproces al praten met producenten, dramaturgen, regisseurs en acteurs. Zoals een acteur repeteert, werkt een schrijver keer op keer aan nieuwe versies van een tekst. Zoals een regisseur nieuwe ideeën en inzichten krijgt door wat er voor zijn ogen op de repetitievloer gebeurt, heeft de schrijver ook voortschrijdend inzicht. In zekere zin is de schrijver lange tijd acteur (degene die iets verzint) en regisseur (degene die reflecteert) in één, achter zijn bureau. Het duurt lang voordat een auteur zijn werk te zien krijgt, uitgevoerd door anderen dan hemzelf, zodat hij er naar kan kijken en denken: goh, die betekenis zit er dus ook in. En als het dan zo ver is, bij het begin van de repetities, is het meestal te laat om aan een nieuwe versie te beginnen.

De bedoeling van Schrijvers op de Vloer is om schrijvers de kans te geven in een vroeg stadium te reflecterenop hun tekstideeën. Op basis van vier personages, een voorgeschiedenis en een locatie voor een ontmoeting improviseren acteurs anderhalf tot twee uur toneel. Dit verhaal wordtvolgens de Nachtgasten-methode en in nauwe samenwerking met de acteurs achter Nachtgastengeschreven. Na het schrijven van die basis is de auteur tijdelijk ontslagen van de opdracht iets te verzinnen, zodat hij zich volledig kan concentreren op bekritiseren. Hoe komt alles op hemzelf en het publiek over? Elk verhaal wordtdrie keer geïmproviseerd, met verschillende acteurs en een steeds bijgeschaafde basis. De improvisaties wisselen enorm: acteurs gevende personages allemaal anders vorm, plaatsende diepte-en hoogtepunten in de ontwikkeling anders,geven ze verschillende stemmen,ontmoeten elkaar op verschillende momentenendat heeft steeds een ander effect op het publiek.Ze vormen kortom een waaier van alles wat mogelijk is, alles waar de schrijver uit kan kiezen voor zijn tekst.

Op basis van de improvisaties maken de schrijvers een nieuwe toneeltekst. In deze eerste editie van Schrijvers op de Vloer publiceren we nieuw Nederlands toneelrepertoire van drie beloftevolle toneel- en prozaschrijvers.

Maaike Bergstra creëerde een tekst over white privilege en hoe abject iemand mag zijn, als het voor een goede zaak is. In het stuk lopen heden en verleden in hallucinante scènes in elkaar over, om te laten zien dat de geschiedenis altijd doorwerkt en oude rolpatronen niet ver weg zijn.

Lotte Lentes schreef een familiedrama over een boerengezin dat zichzelf probeert te beschermen tegen het vreemde, het andere. In het verleden kwam een stroom buitenlanders het land binnen waar ze nu bang voor zijn. Een verloren gewaande zoon lijkt opeens terug te zijn. Maar is hij het wel echt?

Elly Scheele maakte een absurdistisch stuk over mannenop een eendaagse cursustot verkeersregelaar en hun onderlinge machtsverhoudingen. Ze zien elkaar maar heel kort, toch wil iedereen de baas zijn. Geen van de cursisten weet met enige relativering de bekrompen situatie te beschouwen.

Hoewel de teksten in thematiek en plot enorm van elkaar verschillen, hebben ze ook een paar dingen gemeen: ze hebben heldere personages met elk hun eigen taal en karakter, conflicten uit het verleden zijn continue aanwezigen wordenuitgevochten in het heden,en er wordt veel gespeeld met dramatische ironie, waardoor er grappige of pijnlijke situaties ontstaan. In de personages is de wisselwerking met de acteursin de totstandkoming van de tekstente zien. In de omgang met het verleden de voorgeschiedenis die de schrijvers volgens de Nachtgasten-methode construeerden en het idee om geheimen mee te geven aan de personages. En in de dramatische ironie is de continue wisselwerking met het publiek terug te zien. Natuurlijk hadden deze drieschrijvers dit ook op een zolderkamer kunnen doen, maar dat de schrijvers en het publiek een stuk minder adrenaline gegeven.