Wat we niet zagen: Slavernij?! Slavernee!!

Voor Theatermaker verzin ik zes keer per jaar een theatervoorstelling die ik ook meteen recenseer. Ik zie het zelf als korte verhalen in de vorm van een recensie. Een serie speculatieve kritieken, onder de titel: Wat we niet zagen. De mensen bestaan, de producties niet.

Slavernij?! Slavernee!!
regie Gerardjan Rijnders
Tryater in coproductie met de Theateralliantie
tekst Roos Schlikker en Erris van Ginkel
vormgeving Julian Maiwald
muziek Twarres
spel Michiel Kerbosch, Joep Onderdelinden, Maarten Wansink, Bob Fosko e.a.

Doekle, de pater familias van een boerengezin, scharrelt permanent over de tot uitgestrekte grindvlakte omgetoverde vloer van De Lawei. De muur achter hem wordt volledig in beslag genomen door een groot scherm waar tijdens de voorstelling uitzendingen van Pauwintegraal worden vertoond. Voetstappen knerpen grimmig, terwijl buren, familie en vrienden af en aan lopen, een enkeling brengt een stoel mee, of een hengel. 

Heijermans is niet ver weg in dit sociaal-realistisch muziekspektakelstuk. Roos Schlikker en Erris van Ginkel knopen vele losse plotjes met moeite aan elkaar. Doekle ploetert om zijn bedrijf overeind te houden. De inspectie heeft vragen over zijn omgevingsvergunning (voor de bemesting van zijn land). De zomer was te droog. De herfst was te wisselvallig. De grootgrutter drukt de prijzen. En broer Adde klopt ook bij hem aan voor steun, hij is zijn baan kwijt door gesjoemel van zijn werkgever bij de aanleg van een snelweg. Het levert een veelheid aan off-stage drama. We horen het allemaal wel, maar we zien het niet en dat maakt het allemaal weinig inleefbaar. En als Doekle een monoloog heeft om zijn beklag te doen komt hij niet verder dan wat algemene platitudes over ‘ons land’. Van het niveautje: zo is het toch gewoon en zo is het altijd toch geweest. 

Toch is er genoeg om van te genieten bij Slavernij?! Slavernee!!.Fosko speelt een fantastische dijkmeester die kafkaesk genoeg niet vecht tegen het water, maar tegen de droogte. Kerbosch pompt een verraderlijke warmte in de rijksinspecteur, een doortrapte charme die zich wreekt in de tweede helft. Maar de kroon wordt gespannen door Wansink, voor velen helaas alleen bekend als Huispiet in het Sinterklaasjournaal, die ondanks zijn stroeve teksten verrukkelijk kan schmieren als Doekle. Zij maken het geheel tot een ouderwets heerlijk avondje theater. En dan heb ik het nog niet eens over de instant klassiekers als Rotzooi ruim je op, Voor jullie, niet voor onszelf en De fanfare, de fanfare, de fanfare is cultuur.

Het grootste probleem van de voorstelling zit hem uiteindelijk niet zozeer in het verhaal of ambacht. Ook niet in de punky regie van Gerardjan Rijnders, al is het venijn waarmee hij de nummers Allemaal een cappuccino, cis-cis-cis-gender en Trigger me, trigger me nu laat zingen wel een dramaturgisch rare stijlbreuk met het warme eerste deel. Nee, het euvel zit hem in de vorm. Marijn Lems schreef eerder al over de heteronormativiteit, het gebrek aan inclusiviteit en intersectioneel bewustzijn. Daar moet ik me bij aansluiten. Een beetje onhandig en onbenullig, dat is deze musical in deze tijd.

Afgelopen zomer publiceerden de zes Rijkscultuurfondsen en Unesco een pamflet waarin ze aankondigen dat ‘diversiteit vanaf nu zou worden afgedwongen’. Het is tijd voor ‘niet vrijblijvende doorbraken’, aldus directeuren Boonekamp, Donker, Van Es, Groeneveld, Knol, Post en Perez. Een vrijblijvende aaneenschakeling van populistische gemeenplaatsen, zonder enig gevoel voor wat er breed in de maatschappij leeft, laat staan daar mee om te willen gaan, dat is wat Slavernij?! Slavernee!! zo bezien is. Daar mogen we als theatercritici heus wel iets van zeggen.

Misschien was het allemaal zo bedoeld. De voorstelling is in het Fries en werd simultaan vertaald via een oortje, maar het mijne werkte niet. Gelukkig is er een toegift die iedereen begrijpt: Wêr bisto van Twarres. Gewoon gezellig samen zingen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *